Weerballonnen
Vier keer per dag rond 6 uur 12 uur, 18 uur en 24 uur (Universal Time) worden vanaf diverse punten over hele wereld weerballonen opgelaten. Het doel van deze met helium gevulde ballonnen is de metingen bij het aardoppervlak aan te vullen met gegevens van de bovenlucht. De resultaten worden radiografisch naar de diverse grondstations gestuurd, vandaar dat weerballonnen ook wel radiosondes worden genoemd. De sonde bereikt doorgaans een hoogte tussen 20 en 30 kilometer. Tijdens de vlucht, die één tot twee uur duurt, worden metingen verricht van temperatuur, luchtvochtigheid en luchtdruk. Uit de positie van de sonde worden windrichting en -snelheid berekend.
De radiosonde bestaat ruim een halve eeuw maar begin 20e eeuw waren er al vlieger- en ballonoplatingen. In de jaren van de Tweede Wereldoorlog werden internationaal radiosondes gebruikt om kennis op te doen over stromingen en processen in de hogere luchtlagen. In 1947 begon het KNMI in De Bilt met radiosonde oplatingen, indertijd twee keer per dag. Vanaf 1957 zijn daar radiosondes met radar bijgekomen en sinds 1985 worden dagelijks vier sondes opgelaten. Vanaf 1992 wordt een of twee keer per week een ozonsensor meegestuurd om ozon in de lucht te meten. Radiosondes worden op vrijwel alle nationale meteorologische stations opgelaten.
Het gaat om een wereldwijd netwerk van ruim 500 meetpunten. De gegevens zijn van groot belang voor de weersverwachtingen, niet altijd voor de korte termijn maar ook voor meerdere dagen.
Hierboven ziet u foto,s van een Radio Sonde die onder een Weerballon hangt. Linksboven op de sonde is de GPS Antenne te zien en rechts de Meet sensoren.De dunne Antenne onderaan stuurt de gegevens naar het Ontvangst station van het K.N.M.I. Verder hangt aan het touw de parachute die de Sonde weer terug laat keren naar het Aardoppervlak. (Met dank aan Ronald van Weerstation Ter Aar voor de foto,s en informatie)
Analyse van gegevens Wolken Stabiliteit van de atmosfeer Zwaar weer Wind Soms vindt de omslag op een bepaalde hoogte heel plotseling plaats. We spreken dan over windschering ook dit kan een indicator voor zwaar weer zijn. Het kan vooral voorkomen bij zwaar onweer waarbij we met zware windstoten en windhoos kansen rekening moeten houden. Ook op de diverse schepen worden weerballonen opgelaten.
Bron: Wikipedia / Weerstation Ter Aar
|

De parachute met daaraan de Radio Sonde