Heeft U zelf een Weerspreuk die hier nog niet bij staat ?
Mail dan Uw Weerspreuk naar
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
, of via ons contact formulier
en Uw Weerspreuk wordt op deze pagina geplaatst.
Weerspreuken Januari
Als de dagen lengen, begint de winter te strengen.
Draagt januari een sneeuwwit kleed, wordt de zomer zeer heet.
Januari zonder regen, is voor de boerenstand een zegen.
Geef januari een sneeuwtapijt, dan zijn we gauw de winter kwijt.
Als in januari de muggen zwermen,dan kun je in maart de oren wermen.
Als in januari de vorst niet komen wil,dan is zij er zeker in april.
Als het in januari mistig is, dan wordt de lente fris.
Heeft januari koude en droge dagen, dan zal in februari de sneeuw u plagen.
Nevels in januari opgestaan, brengt een natte lente aan.
"n Nieuwjaarsdag, helder en klaar, dat voorspelt een heel vruchtbaar jaar
Als in januari de muggen zwermen, dan mag je in maart de oren wermen.
In januari mag het vriezen, de stenen uit de grond, de boer en zal niet kniezen, maar vind dat heel gezond.
In januari beter een wolf dan een mug op de mesthoop.
Vriest het op St. Veerlenacht, zes weken wordt er vorst verwacht..
Vangt het jaar met regen aan, de oogst, die dreigt kapot te gaan.
Zijn er in januari veel mollen, de winter laat dan met zich sollen.
Fijne pels aan het wild, dan blijft de winter mild.
Driekoningenavond een sterre, dan is de lente nog verre.
Kruipen de muizen diep in de grond, dan maken ze van een strenge winter kond.
Het zal gaan dooien zonder fout, als de kraai veel leven houdt.
Vorst bij afgaande maan, houdt meestal aan.
Als het in januari mistig is,wordt de lentemaand heel fris.
Muggen in januari, mieren in februari, veel te vroeg en een slecht begin, de meimaand zet met vorst nog in.
Vroege vogelzang, maakt de winter lang.
Draagt nieuwjaarsmaand een winterkleed, dan is de zomer zeker heet!!!
Januari zonder regen, is voor de boerenstand een zegen.
Januari kou, is wat de boer hebben wou.
Stro in de bek van het zwijn, dan zal het straks slecht weer zijn.
Wilde ganzen in een V, brengen vorst en vriesweer mee.
Als de rook naar de aarde slaat,zeker dat het regenen gaat.
Blijft er sneeuw op steen of stoepen, ze ligt op andere te roepen.
Vergaderen de kraaien, dan gaat het waaien.
Gebeurt het met veel geschreeuw, dan volgen kou en heel veel sneeuw.
Heldere nacht, vorst verwacht.
Graaft de mier een diepe gang, dan wodt de winter streng en lang, maar nog erger zal het ons berouwen, als ze hoge nesten bouwen.
Een sterretje,dicht bij de maan, kondigt wel eens stormen aan.
Januari kan ons verklaren, dat men turf en hout moet sparen, want daarna komt er een tijd, dat de boer op schaatsen rijdt.
Lopen uit bij vorst de spinnen, zal het dooiweer dra beginnen.
Één bonte kraai maakt nog geen winter.
Weerspreuken Februari
"Sneeuw, die in februari blijft liggen langs de grachten,ligt op andere te wachten"
"In februari blote armen, dan vriest het met Pasen tot in de darmen.
Sint josita en Sint-Faustijn laten het nog dikwijls koud zijn, maar het is toch zeker en gewis dat er onder het ijs geen balk meer is.
Is februari koud, dan wordt de winter niet oud.
Heldere nacht, vorst verwacht.
Sneeuw en regen in februari zijn mest op de akker.
Hoor je in februari de donder, dan zul je zien een zomerwonder.
Niets van de lente wordt verwacht, als februari is te zacht.
Volgt de sneeuw op regen, dan houdt de harde winter tegen.
Februari hel en klaar, maakt van de boer een bedelaar.
Als de sneeuw zevenmaal is gevallen en weer zevenmaal is gesmolten, dan is de echte winter pas begonnen.
Als februari lacht, wordt maart niet zacht.
Als de noordwind in de korte maand niet blazen wil, zo blaast hij zeker in april.
Het kraaien van de haan kondigt wind en regen aan.
Komen al krassend de raven bijeen, komt er ook regen, zo meteen.
In Februari avondrood, volgende dag sneeuw in de sloot.
Sprokkelmaands regen, is grasmaands zegen.
Als in februari de muggen zwermen, moet ge in maart uw oren wermen (warmen).
Februari muggendans, geeft voor maart een slechte kans.
In februari ziet de boer liever een hongerige wolf, dan een man in hemdsmouwen.
In de korte maand regen, is vette mest en zegen
In februari een muggendans, Geeft voor mrt een slechte kant
Vliegt de mug in februari, dan huivert men het ganse jaar
Schijnt morgen rood je tegen, dan dreigt februari met regen
Als vroeg krokussen bloeien, dan zullen ze met de koude stoeien.
In februari guur en koud, dan komt er een zomer waarvan je houd
Is februari nat en koel, dan wordt juli dikwijls heet en zwoel.
In februari al de lente? Dat geeft broden zonder krenten.
Februari met vorst en wind, maakt weldra de pasen blind.
Als febrauri lacht, dan wordt maart niet zacht.
Februari is nooit zo fel, of ze geeft drie lentedagen wel.
Een koude februari geeft een goed roggejaar.
Als het in februari niet sneeuwt, weet dan dat je later, in de zomer van hitte geeuwt.
Wanneer februari iedereen winst brengt, dan klagen de boeren het minst.
Lichtmis donker maakt de boer tot jonker.
Lichtmis helder en klaar, maakt de boer tot bedelaar.
Brengt Lichtmis wolken en regen mee, dan is de winter voorbij en komt niet meer.
Geeft Lichtmis klaverblad, met Pasen sneeuw op het pad.
Op Romaldus storm en blazen, zal in mei het vee doen grazen.
Klaar weer op St. Silvijn, het kan nog twee maanden winter zijn.
St. Matthijs breekt het ijs, maar wil het ijs niet breken, dan vriest het nog zes weken.
Weerspreuken Maart
Lentemaands ruwheid geeft zomermaands luwheid.
Niet te droog, niet te nat, dan vult maart een duchtig vat.
Danst het lammetje in maart, april pakt het bij de staart.
Brengt maart storm en wind, de sikkel is de boer gezind.
Donder in maart, vorst in april.
Maart roert zijn staart.
Waait de wind in maart te fel, veel fruit verwacht men wel.
Als het weder is van goede zin, trekt de kou zijn steertje in
Maartse maan, brengt kwaad weer.
Komt men in maart omweer tegen, dan krijgt men in juli regen.
Daar is geen maart zo goed, of het sneeuw wel op de boer zijn hoed.
Een droge maart en een natte april, dat is de boeren naar zijn wil.
Maart guur geeft een volle schuur.
Een droge maart, is een zomer te paard.
Maart niet te droog en niet te nat, Vult de boer zijn kist en vat.
Mist in maart, water en vorst in mei.
Een koekoe'sroep ter helft van maart, is voor de boer een daalder waard.
Maartse regen, brengt geen zegen.
Zoveel nevel in maart, zoveel onweer s' zomers.
Wat maart niet wil, dat neemt april.
Als maart geeft april weer, geeft april maarts weer.
Maartse zon en aprilse wind, schenden menig lieflijk kind.
Een natte maart, geeft veel lijnzaad.
Autoruiten nu nog steeds bevroren, dat geeft straks veel koren.
Stof in maart, is goud waard.
Voor oude lieden heeft maart, kwaad in haar staart.
Maartse buien die beduien, dat de zomer aan komt kruien.
Een droge maartse wind, maakt de boeren goed gezind.
Regent het met St. Albinus dat het giet,dan doet de boer dat veel verdriet.
Zo de wind staat op St. Gregorius, zo staat hij nog veertig dagen.
Sint Jozef schoon en goed,(mooie dag) een vuchtbaar jaar ligt in't verschiet.
Een koekoeksroep ter helft van maart, is voor de boer een daalder waard.
Op de Lentedag de wind in noord, dan blaast deze nog zeven weken voort.
Is het op St. Rupertus helder en rein, zo zal ook de zomer zijn.
Regent het op Sint Albijn, dan wordt het water duurder dan de wijn.
Als het weder is van goede zin, zegt men op 1 maart, welkom aan de kwikstaart.
Als de kwade maart het winters venijn heeft opgespaard, komt menig menske aan zijn hemelvaart.
Als in maart veel mist valt, in de zomer het onweer bovenmatig knalt.
Daar is een geen maart zo goed, of het sneeuwt op den boer zijn hoed.
Danst een lammetje al in maart, april vat hem bij zijn staart.
Bij nieuwe maan noordenwind, brengt regen heel gezwind.
Maartse buien, die beduien, dat de lente aan komt kruien.
De kieviet legt in maart ook al vriest het op zijn staart.
Molshopen in maart gespreid beloont zich in de hooitijd.
Maak geen staat op de bloemen in maart noch op een vrouw zonder schaamte, die twee zijn immers niks waard.
Is het weer op Gregorius dol, dan kruipt de vos uit zijn hol.
Regen uit het oosten is regen zonder vertroosten.
Een maartse vlo maakt de boer bli.j
Zolang de kikvors zingt voor half maart, zo lang zwijgt hij nadien, de mottigaard.
Half maart licht en vuur uit de haard.
Veel wind in maart geeft appels in de gaard.
Een koekoek half maart is wel een daalder waard.
Maarts gras geeft aprils hooi.
Zijn de mollen sterk aan het vroeten, regen komt dat werk begroeten.
Hoor je de koekoek al op 20 maart, doof dan maar gauw de haard.
Ijzel op de kale tak, is koren in de zak
Op de lentedag wind uit noord, blaast ze nog zeven weken voort.
Één spreeuw op het dak, maakt nog de lente niet.
In de lente geven alle druppels centen.
Op Onze Lieve Vrouwe Boodschap keren bij ons steeds de zwaluwen were.
Voor oude lieden heeft maart veel kwaad in de staart.
Is op Sint Rupert de hemel rein, zal dat ook in juli zijn.
Schaarse lentebloei geeft honger voor de koei.
Maart heeft kuren in de staart.
Lente, keer immer tijdig genoeg, ons komt ge nimmer te vroeg.
Als de rook omlaag gaat, zeker dat het regenen gaat.
Als maart komt kwaad, schoon weer ons op het laatst te wachten staat.
Welkom lente, laat mij leven, ik zal je in mei een jongske geven.
Weerspreuken April
Grasmaands gril is hooimaands wil.
April veel regen, brengt grote zegen.
Aprilvlokjes brengen meiklokjes
De heren en aprillen, bedriegen wie ze willen.
De vrouwen en aprillen, ze hebben beide hun grillen.
Al doet april ons mooi weer aanschouwen, 't is evenals fortuin, we kunnen hem niet vertrouwen.
Het groen des velds het oog bekoort doch zelden houdt april haar woord.
Op een april geen zon, vaak water in de ton.
April doet wat hij wil.
Nachtvorst met een Zuidenwind op kersenbloem, daar treurt de kweker om.
Aprillertje zoet, geeft nog wel eens een witte hoed.
Sneeuw in april is geen nood, maar bij zware nachtvorst in april gaat er meer dood.
April warm, Mei koel en Juni nat, vullen schuur en ook het vat.
Geen zaterdag zo kwaad, of de zon schijn vroeg of laat.
April verandelijk en guur, brengt hooi en koren in de schuur.
Een grote zon en bleek van schijn, dan zal het regenachtig zijn.
Bloeien de bomen tweemaal op een rij, zal de winter zich rekken tot mei.
Aprilse aren, zijn er alle jaren.
Een natte april ,is de boeren naar hun wil.
Aprilse vlokjes, brengen mei'se klokjes.
In april heldere maaneschijn, zal voor de bloesem kwalijk zijn.
Het zaterdagse weer op noen, is op de zondag heel te dag te doen.
Broedt de spreeuw al in april, dan is een schone meimaand op til.
Verschaft april veel schone dagen, dan pleegt mei de last te dragen.
Als de hoenders kakelen lang en goed, zal het regenen in overvloedt.
Is april schoon en rein, dan zal mei minder zijn.
De huwelijkse staat, is als april, nu zon, dan storm, en dan weer alles stil.
Hebben wolken rode randen, altijd is er wind en nats voorhanden.
Als het in april regenen wil, blijven de boeren niet stil.
Gras dat in april wast, staat in mei vast.
April maakt de bloem, en mei bekomt de roem.
Als in april kevers ontstaan, dan zal de mei van kou vergaan.
Valt in april veel nat, dan zwemmen de druiven tot in het vat.
Verschaft april vele schone dagen,dan pleegt mei de last te dragen.
Als april lacht, boerke wees voor uw oogst bedacht.
April vult vele zolders, dankzij de vele donders.
Op een droge april volgt wel eens een droge zomer.
April mooi en rein, in mei zal het donker zijn.
Hoe groen het in het veld ook ons oog bekoort, doch zelden houd april zijn woord.
Aprillezonne, doet water in de tonne.
Mocht het dauwen in april en mei, dan is de boer in sept blij.
Is Isodoor voorbij, dan is ook de noordenwind voorbij.
Zaait ge op Sint Ezechiel, zeker lukt de vlasgaard wel.
Op Sint Tuburtius na de noen (3uur in de middag), worden alle velden groen.
Op Sint Justijn, dood de kou het venijn.
Valt voor Sint Joris geen regen, dan komt erna hem des te meer.
Zolang voor Sint Markus warm, zolang na hem koud.
Als het vriest op St. Vitaal, vriest het nog veertig maal.
April doet wat ie wil!!!
April heeft zijn gril.
Aprilregen, boerenzegen..
April met vlokjes, mei met klokjes.
Aprilzonne doet water in de tonne.
De witte maan kondigt schoon weerke aan.
Een zwaluw maakt de lente niet.
Stille honden in de mand,regen op de hand.
In april heldere maneschijn, zal voor de bloesem schadelijk zijn.
Broedt de spreeuw vroeg in april, een schone meimaand is op til.
Als de kikvors kwaakt, vast regen maakt.
April nat en koud, groeit het koren als een woud.
April en mei zowaar, zijn de sleutels van het jaar.
Kraaien de hanen midden op de dag, men zeker regen verwachten mag.
Als de koekoek roept, hij mooi weder zoekt.
Valt plotseling het kwik in lage standen, dan wordt het in april nog klappertanden.
Hoe meer de schapenwolle krult, worden de dagen met mooi weer gevuld.
Vrouwen en april, ze hebben beiden wel hun gril.
Roep en tier al wat je wil, ik kom toch niet voor half april.
Half april, 't zij warm of koud, zingt de nachtegaal in het woud.
De avond grijs, de morgen rood, dan stelt men zich aan regen bloot.
Als veel gras de honden eten, komt er regen, moet je weten.
't Mag vroeg of laat zijn,april wil kwaad zijn, want aprilleke heeft zijn willeke.
De kat op een stoel, reken op een natte boel.
Fluit de merel de ganse dag, dan komt er snel een regendag.
Katjes, die zich wassen, pootje boven het oor, het zal weldra plassen over veld en voor.
Schaarse lentebloei geeft honger voor de koei.
De vaak herhaalde kwartelslag voorspelt de boer een droge dag.....
Weerspreuken Mei
In Mei leggen alle vogels een ei.
In Mei komer er wat graadjes bij.
In mei een warme regen, betekent vruchtenzegen
Onweer in mei, maakt de boeren blij.Meikeverjaar goed jaar.
Als het onweert in mei, valt er vaak hagel bij.
Is mei nat, een droge juni volgt zijn pad.
Als het dondert in mei, valt er dikwijls regen bij.
Mei koel en te nat, brengt koren in het vat.
Een koude maand mei, een goude mei.
Avonddauw en zon in mei, is hooi met karren op de wei.
Is het weer in Mei te mooi, dan krijgt de schuur maar weinig hooi.
Een natte mei geeft boter in de wei.
Mei niet te koud en niet te nat, vult de schuur en ook het vat.
Kan vriezen in mei tot de ijsheilige voorbij zijn.
Een bijenzwerm in mei,is een goed teken voor de wei.
Mei tot jubelmaand verkoren, heeft toch rijm achter de oren.
Het onweer in de schone mei, doet het koren bloeien op de hei.
Heden schupjes, morgen drupjes.
Als is Marmertus oud en grijs, houdt hij van vriezen en van ijs.
Voor ijsheilige de bloemen buiten, veelal kan je daar naar fluiten, wacht of tot ze zijn voorbij, de bloemen zijn dan blij.
Roept de houtduif keer op keer, dan komt er vast en zeker mooi weer.
Scheert de zwaluw over water en wegen, dan komt of blijft er wind en regen.
De zonne in de meie, zet oude lieden aan het vrijen.
IJsheilige hebben koude koppen.
Als de eikels in mei gaan bloeien, zal alles volop gaan groeien.
Wie nu zijn koren zaait, voelt zich later niet bekaaid.
Zoele mei, boerengeschrei.
Pancras, Servaas en Bonifaas, ze geven vorst en ijs helaas.
Nachtvorst in mei, houdt jonge groen niet schadevrij.
Regen en wind in het midden van mei, maakt de boeren vast niet blij.
Als de Bij naar huis toe vlucht, zit er regen in de lucht.
Meiregen op het zaad, is goud op de plaat.
Hoe meer onweer in mei, zoveel minder in de herfst..
Kamillegeur in mei, brengt de zomer dichterbij.
In mei staat het vast, zijn vaak de en de hoed tot last.
Weest op uw hoede, en wacht nu wel, mei baart dikwijls kattenspel.
In mei nat, een droge juni volgt haar pad.
Mei nat, spek in het vat.
Onweer in mei, gras in de wei.
Zingt de vink vroeg in de meimorgen, dan zal die dag voor regen zorgen.
Avonddauw en zon in mei, hooi met karren uit de wei.
Krimpende wind, Stinkende wind.
Broedt de spreeuw vroeg in april, er is een schone mei op til.
Als het op Sint Filippus regent, is de oost gezegend.
Sint Urbanus en de zon,wijn in de ton.
Is het klaar met Petronel, dan meet men vlas met een el.
In mei leggen alle vogels een ei, behalve de koekoek en de griet, die leggen in de meimaand niet.
Als het dondert in mei, valt er dikwijls hagel bij.
Een meikeverjaar is een goed jaar.
Is het weer in mei te mooi, ziet men maar weinig hooi.
Met de maand van mei blijft geen koebeest uit de wei.
Als mei de wei laat verwelken, ziet ge de boer met een vingerhoed melken.
Mei koel en nat, vreet paard en koe zich zat.
Mei tot jubelmaand verkoren, heeft toch soms rijm achter de oren
Als de koeien tesamen loeien, is er onweer aan het broeien.
De mei is nog wel eens stout en maakt de lente graag eens koud.
Krassen kraai en raaf verbolgen, weldra zal er regen volgen.
Het is een wenk, lang verjaard, maar het vriest even vaak in mei als in de maart.
Het kan vriezen in de mei, tot de ijsheiligen zijn voorbij.
Is de mei een hovenier, de boer heeft dan plezier.
Koele mei, en dat is regel, brengt werk voor zeis en vlegel.
Zwaluw onder dak, geld in de zak.
Kruipen de padden uit hun hol, dan schieten de luchten vol en krijgt u regen op uw bol.
Mei koel, juni nat,dat is een grote schat.
Zeevogeld op de bouw, het weer blijft getrouw.
Men kan de lente niet als een hond aan een paal binden.
Einde mei is staartje winter.
Als eind mei de eikels bloeien, zal daar een vet jaar uit groeien.
Kraait de haan tot in de nacht, dan wordt ander weer verwacht.
Weerspreuken Juni
Juniregen is God's zegen, komt zonneschijn daarbij, dan maakt het boer en stadslui blij.
In Juni veel regen, komt wijngaard en bijen ongelegen.
Blaast juni uit de noorderkant, verwacht veel koren op het land.
Vliegen de vleermuizen 's avonds rond, dan komt er mooi weer in de vroege stond.
Donderweer in juni maakt het koren dik.
Zware onweers baren dikke korenaren.
Juniweer meer droog dan nat, vult met goede wijn het vat.
Donderweer in juni, maakt het koren dik.
Op juni komt het aan, of de oogst zal bestaan.
Mei niet te koel en niet te nat en niet te droog, vult de schuren hoog.
Als het koud en nat in juni is, dan is het heel het jaar ook mis.
Hoort ge in juni de donder kraken, dan maken de boeren goede zaken.
Is juni nat en guur, dan wordt alles slecht en duur.
Blaast de wind in juni uit de noorderkant, zo waait het koren van het land.
In juni dondergevaar, dan is het een vruchtbaar jaar.
Wie nu zijn vel niet brandt, staat starks als een bleekscheet op het strand.
Als de noordenwind in juni staat, komt het onweer veel te laat.
Boeren maaien nu hun grasjes, stedelingen pakken hun terrasjes.
In juni te veel regen in de nok, schaadt de bij en de bonenstok.
Juni met veel donder, brengt de oogst ten onder.
Juni regen geeft veel zegen, maar met een bijtje erbij, en het zonnetje er boven, doet de boer de Here loven.
Met een zomerwervelwind, is het weer ons goed gezind.
In juni koude en een regenvlaag, ziet het boerke niet zo graag.
Zo heet het is in juni, zo koud het is in december.
Een boon in juni geplant, geeft er vijftig in de hand.
Een wei die in juni niets geeft, is niet waard dat ze leeft.
Gaat juni goed voorbij, dan is men in juli nog blij.
Is de zomeravond mistig, dan is het weer met gaven kwistig.
Wat St. Medardus, geeft droog of nat, zes weken duurt het dit of dat.
Heeft Magriet geen zonneschijn, dan zal het een natte zomer zijn.
Regen op Sint Barnabas, dan zwemt de oogst in de waterplas.
Is het op Sint Antonius nat, de boer drinkt zich van verdriet zat.
Regen met Sint Veith,dan regen het zes weken in de tijd.
Het weer van St. Jan, houdt dertig dagen aan.
Met St. Jan de wind uit het noorden, het goede weer is geboren.
Als op St. Pieter het haantje kraait, komt het regenweer ons toegewaaid.
Een goede dauw is beter dan een slechte regen.
Avondrood, mooi weer aan boord.
Blaast juni in zijn donderhoorn, op het land het mooiste koren.
Als de kikvors kwaakt, wordt er regen aangemaakt.
Als de koekoek roept regent het de derde dag.
Heeft Margriet geen zonneschijn, zal het een natte zomer zijn.
Meeuwen op het land, wind voor de hand.
Als poesje staakt de muizenjacht, weet dan, dat ze op onweer wacht.
Als de kippen schuilen gaan, houdt de regen zelden aan.
Donderweer in juni, maakt het koren dik.
Kruipt de zon weg in het nest, het regent 's anderdaags op zijn best.
Gaat juni goed voorbij, is men in juli ook nog blij.
Donder?, zomer zonder kommer.
Weerspreuken Juli
Juli zonnebrand wenst de man op 't land.
Slechts in juli-gloed wordt de vrucht en wijn eerst goed.
Is de eerste juli regenachtig, gans de maand is twijfelachtig
Brengt juli hete gloed, zo gedijt september goed.
Is in juli de morgen rood, 's avonds verkeert het weer in nood.
Wanneer de oostenwind tegen den avond gaat liggen, waait hij ligt de volgende dag opnieuw.
Juli helder en klaar,heet altijd een goed jaar.
Is juli heet en droog, dan houdt de winter een kwaad betoog.
De wakkere hooimaand geeft de zeisen, de maaier in de hand met vlijt, daar lege schuren hooi vereisen, om het vee te voeden in wintertijd.
Wisselen in juli regen en zonneschijn, het zal het naaste jaar voor de boeren kermis zijn.
Zonder dauw geen regen, heet het in juli allerwegen.
Komt Maria in de regen nicht Elisabeth tegen, duurt het zes weken gewis, voort het weer schoon is.
Als het op St. Godelieve regent, vult zij haar putje 40 dagen met regen.
Regent het op 7 Broedersdag, dan kan men zeven weken regen verwachten.
Wanneer het op St. Henricus droog is of regent, zeven weken duurt die zegen.
Regen met Sint Margriet (20 juli) geeft zes weken boerenverdriet.
Met St.Magriet droog, dan 6 weken de zon in het oog.
Regen op St.Magdaleen, dan regent het dagen achter een.
St Jacob met zonneschijn, voorspeld de winter fijn.
St Jacob koud en rein, koud zal de Kerst zijn.
Bouwt op St.Anna de mier grote hopen, de winter zal niet zacht verlopen.
Het weer op de 29 ste, is het weer van de 5 de februari.
Is de eerste juli regenachtig, de hele maand wordt twijfelachtig.
Als in juli de kwakkels lustig slagen, spreken zij van regendagen.
Roept de koekoek rustig en regelmatig aan, schoon weerke om uit wandelen te gaan.
Wees maar voor geen buien bang, als er uren lui en lang, op de mesthoop ligt het zwijn, want duren blijft dan de zonneschijn.
Mistsluiers in de vroege nacht, geven julidagen de volle pracht.
Pauwengeschrei, regen nabij.
Juli met de warmste dagen, broedt de grootste donderslagen.
De negende dag der julimaand, de koekoek voor het laatst vermaant.
Gaan de bijen allemaal op huis aan, zal het spoedig regenen gaan.
Vleermuizen in groot getal rondom huis, hof of stal, mooi weer en zonneschijn zal het morgen zeker zijn.
Nog nooit was een boer arm, was juli vochtig en warm.
Als de pad zijn hol verlaat, teken dat het regenen gaat
Maakt de spin in het web een scheur,dan staat er stormwind voor de deur.
Als de ooievaars zindelijk zijn, blijft het weer nog dagen fijn.
Een droog jaar geeft twee natte te eten.
Zonder dauw geen regen, heet het allerwegen.
Honsdagen helder en klaar, betekenen een goed jaar.
Als de muggen dansen gaan, is het met regenen gedaan.
Regent het op Sint Magdaleen, het regent dagen achtereen.
Zijn de hondsdagen heet, brengt het jaar nog heel veel zweet.
Werken de mieren in de hondsdagen hopen op, krijg je in de herfst veel regen op je kop.
Werken met St. Anna de mieren, zult ge een lange winter vieren.
Juli bakt ons vaak in het zweet, augustus is ook wel eens heet.
Als de koeien van de warmte zich rekken, wordt het leder goedkoper.
Weerspreuken Augustus
- Zo d'eerste oogstweek is heet, een lange winter staat gereed.
- Wanner de leeuwerik hoog in de lucht zweeft, zo brengt het ons mooi weer.
- Noorderwind in augustus brengt bestendig weer.
- Is de eerste week in augustus heet, zorg voor goed warm winterkleed.
- Menigeen heeft het al ondervonden, wervelwinden zijn aan augustus verbonden.
- Begin augustus met regenvlagen, in de laatste dagen zal de regen ons weer plagen.
- Is het heet op St.Domijn, het zal een strenge winter zijn.
- Op St.Laurens een regenvlaag, 6 weken duurt de regenplaag.
- Het weer St. Casiaan, houdt nog dagen aan.
- Is het weer op Maria Hemelvaart mooi, zo zal de herfst van het zelfde wezen.
- Als de ooievaars na de 21 ste nog blijven, zal een zachte winter binnendrijven.
- Is het weer op St.Barthel warm en schoon, dan draagt de herfst een gouden kroon.
- Blijven de zwaluwen ook nog na de 25 ste, wees voor de winter niet bang.
Op St.Pietersbanden trekken de ooievaars naar andere landen.
Is het regenachtig met St. Pieter, het weer is 30 dagen als een gieter.
Gaan de hoenders bij de eerste drop niet schuilen in de schuur, de regen houdt alvast niet op het eerste uur.
De eerste oogstweek, is die heet, een lange winter staat gereed.
Ganzen, die zich wassen, vragen waterplassen.
Zonneke rood, geeft water in de sloot.
Keert de duif laat naar de til, het weer blijft zacht, mooi en stil .
Is in augustus de spin laat ter been, Het zal gaan regenen, ik wed tien tegen één.
Augustus rijpt alle bessen, maar september viert de successen.
Als het in augustus sterk dauwen doet, blijft het weer wel even goed.
In augustus zure druiven, in oktober zoete wijn.
Drie regenbogen op elkaar, drie regenweken voorwaar.
Kruipt de kip vroeg op haar leerke, morgen vast schoon weerke.
Oogst geschoren, winter geboren.
Als de ooievaars na 21 augustus nog blijven, zal een zachte winter binnendrijven
Is de maan als een schuit, valt er regen uit.
Steken de muggen hard en fel, zit er nog regen in het spel.
Blijven de zwaluwen lang, wees voor een strenge winter niet bang.
Stijgt de leeuwerik hoog en zingt hij lang daarboven, kunt ge ras goed weer gaan loven.
Vliegt de vleermuis 's avonds rond, ze brengt mooi weer in de ochtendstond.
Weerspreuken September
Schijnt herfstmaands zon met zomerkracht, maakt veelal wintermaand ook zacht.
Trekvogels in septembernacht, ze maken de kersttijd zacht.
Als in september de donder knalt, met kerst sneeuw met hopen valt.
Vallen de bladeren vroeg, dan wordt de herfst niet oud.
Als de R is in de maand, is het weer niet altijd meegaand.
Donder in september, sneeuw in maart.
Als in september de donder knalt, zal met Kerst de sneeuw in hopen vallen.
Vorst in september, zacht in december.
Warm in september, koud in december.
Een warme september, een droge oktober.
Schijnt de herfstzon met zomerkracht, maakt veelal de winter zacht.
Komen de pluimen aan het riet, bedenk het is nazomer en geniet.
Met St.Giel zonneschijn, het zal dan nog 4 weken zo zijn.
Is het op St. Egidus heet, het geeft een schone herfst met zweet.
Op de 5 de september wordt bewezen, wat het voor weer de hele maand zal wezen.
Mooi weer op Maria's geboorte, dit weer gaat nog vier of acht weken zo voort.
Op de dag van Ludmilla een zeer vroom kind, blaast vaak een forse wind.
Met Lambertus zonneschijn, het zal een droog voorjaar zijn.
Op Mattheus storm en wind, bestaat de kans dat men met de komende Pasen nog de winter vindt.
Is het op St. Mauritius helder, dan gaan er veel schepen naar de kelder. (er worden dan veel stormen verwacht).
Vallen de eikels al voor St. Machiel, dan snijdt de winter door lijf en ziel.
Trekken voor St. Machiel de vogels niet, geen winter is nog in het verschiet.
Kruipt de zon in z'n nest, regent het 's anderdaags op zijn best.
Als slakken en padden kruipen, zal het weldra druipen.
Nooit kan september goedmaken, wat augustus niet wilde afmaken.
Grauwe nevels is gebleken, zijn van kou een zeker teken.
Wil september vruchten dragen, dan moet juli hitte geven om te klagen.
Kleine regen stilt grote wind uit alle streken.
Met de rug naar augustus en de neus naar november dreigt al vlug .......december.
Hoe feller vlieg en horzel steken, hoe eer een onweer los zal breken.
September regen, komt de druiven gelegen.
Zonder regen of wind wordt september een onvoldragen kind.
Vallen de eikels in september al af, dan zit de zomer vroeg in het graf.
Stekende vliegen kunnen niet liegen en voorspellen regen....allerwegen.
Een bleke maan kondigt regen aan.
Bijen nijdig om te korven, komt ons onweer toegezworven.
Als de schaapjes aan de hemel staan, kan men zonder regenscherm wandelen gaan.
Woest weder, kort van duur.
Vliegt er nog een zwaluw op St. Michiel (29sept.), dan zit de winter nog niet op zijn hiel.
Na een warme herfst, vaak een koude winter.
Brengt de herfst echter kille regen, dan is aan de winter niks gelegen.
Want is september mild,dan wordt de winter wild.
September is de meimaand van de herfst.
De herfst met nevels doortrokken, brengt in de winter veel sneeuwvlokken.
Vallen de eikels al voor St. Michiel (29sept.) , dan snijdt de winter door lijf en ziel.
Schijnt echter een stralende zon, wordt de winter een demon.
Heerst in september avondvree, dan brengt dat spinnenkoppen mee.
Weerspreuken Oktober
Oktober geeft ons wijn en zonnige dagen, maar ook jicht en andere plagen.
In de wijnmaand zon, winter kent geen pardon.
Oktober met groene blaan (bladeren), duidt een strenge winter aan.
Is oktober warm en fijn, het zal een scherpe winter zijn, maar is het nat en koel, 't is van een zachte winter een voorgevoel!
Brengt oktober veel vorst en wind, zo zijn januari en februari zeer mild.
Brengt oktober vorst en sneeuw, men hoort in de winter veel klaaggeschreeuw.
Als het waait en vriest in de oktobernacht, dan verwachten wij een januari zacht.
Warme oktober dagen, februari vlagen.
Oktoberweer komt terug in maart.
Als het regent op St Bavis, dan regent het met Kerst(mis).
Regen met Sint Denijs, voorspelt een natte winter en weinig ijs.
Treedt Gommarus met droogte in, de zomer zal nat zijn in het begin.
Volgen op Gommarus natte dagen, er volgt een zomer met veel natte dagen.
Wordt men op Callistes een warme wind gewaar, dan wordt de zomer een twijfelaar.
Zoals het weer is met St. Ursela, zo zal ook de winter wezen.
Op de laatste oktober, houdt de natuur zich sober.
Het laatste weer van oktober, reikt november de hand.
Eén gure dag maakt nog geen herfst.
Vorst met afgaande maan houdt bijna zeker aan.
Is in de herfst het weer lang klaar, vroeg is dan de winter daar.
Oktober mist, met bladren geel en krom, kijk dan maar eens naar uw kachel om.
Tegen wind en storm is het kwaad roeien.
In het midden van de oktobermaand worden de spinnewielen voor de dag gehaald.
Vallen de bladeren vroeg, een vruchtbaar jaar voor de boeg.
Vallen de bladeren niet vroeg, wordt de winter niet oud.
Is oktober dan gekomen, blad voor blad vliegt van de bomen.
Wie in de herfst veel noten kan knippelen, zal nog van de kou staan trippelen.
Maakt oktober veel gedruis, is het met de wijn niet pluis.
Als er druiven zijn en vijgen, moet men winterkleren krijgen.
Op het laatst van oktober, houdt de natuur het sober.
Het laatste weer van oktober reikt Allerheiligen de hand..
Weerspreuken November
Maakt de spin in 't web een scheur, dan klopt weldra de stormwind aan de deur.
Als 't in november 's morgens bloeit, wis dat de storm dan 's avonds loeit.
Als in november het water stijgt, gedurende de winter gij 't nog vaker krijgt.
Na helder weer nu sombere mist, heeft zeker ook nog vorst in de kist.
November warm en fijn, het zal een strenge winter zijn.
November heeft maar 30 dagen, maar dubbel wind en regenvlagen.
Donder in november, laat een jaar goed verlopen.
Als het vriest in november, dan volgt er sneeuw in december.
Zwaait de winter in november al met zijn staf, zijn rijk is van korte duur voor straf.
November met zijn regenvlagen, brengt verkoudheid, jicht en andere plagen
Als het met Allerheiligen sneeuwt, leg dan vast uw pels gereed.
Met Allerheiligen vochtig weer, sneeuwbuien volgen keer op keer.
Houden de kraaien voor Allerheiligen al school, zorg dan voor hout en kool.
Brengt Allerheiligen winterweer, tien dagen duurt het zeer.
Sneeuw op Allerzielen, voorspelt een zacht voorjaar.
Het weer op Leonardusdag, blijft gewoonlijk tot de Kerstdag.
Een zuidenwind op de dag voor St. Martijn, dan zal het een zachte winter zijn.
Is er een donkere lucht op St. Martijn, zo zal het een zachte winter zijn.
Maar is de dag op St. Martijn helder, de vorst dringt dan door tot in de kelder.
Als op St. Martijn de ganzen op het ijs staan,moeten ze met Kerst door het slijk gaan.
Als het nevelig is op St. Martijn, dan zal de winter niet koud zijn.
Maar heeft St. Martijn een witte baard, dan blijft ons sneeuw nog ijs gespaard.
Is er met St. Martijn nog loof aan de bomen, dan mag men van een strenge winter dromen.
St. Elisabeth(19) doet ons verstaan, hoe de winter zal vergaan.
De dag aan St. Cecilia gewijd, is de maatstaf voor de wintertijd.
Wintert het op St. Klemens fel, dan wordt de lente klaar en fel.
Vriest het op St. Katrien, dan vriest het nog 6 weken nadien.
IJs op de dag van Saturijn, het weer maakt daarna korte mette met dit venijn.
Verdwijnt de boer van de akker, wordt hond en jager wakker.
Het nazonneke van Allerheiligen kan de winter niet beveiligen.
Als de regen uit het Noorden komt, is het altijd motregen,
Kruipen de muizen diep in de grond, maken zij een strenge winter kond.
Draagt het hazeke lang zijn zomerkleed, is de winter nog niet gereed.
Als de eekhoorns aan het garen slaan, is het met de zomer gedaan.
November heeft maar dertig dagen, maar dubbel wind en regenvlagen.
Het zal gaan druipen als de regenwormen kruipen.
November in de nevel, 't blijft schoon, dat is de regel.
Koesteert in de lucht, onweer in de lucht.
Steekt er sterk de mugge, valt er vast en vlugge, regen op uw rugge.
Als de bijen hun vluchtgat goed afsluiten, zal dat een koude winter beduiden.
Zwaait de winter in november zijn staf, zijn rijk zal vinden snel zijn graf.
Wanneer de spinnen nog vlijtig buiten weven, zullen we nog schoon weer beleven.
Vormt zich rijm bij volle maan, kondigt hij grote koude aan.
November heeft altijd stront aan zijn staart.
In november worstelt de winter nog met de herfst
Weerspreuken December
Veel sneeuw op Oudjaar, veel hooi in 't nieuwe jaar.
Zijn er in december veel mollen, dan laat de winter met zich sollen.
December zacht en dikwijls regen, geeft weinig hoop op rijke zegen.
December vol met mist, goud in de kist.
Donder in decembermaand, belooft veel wind in 't jaar aanstaand.
Met de decembermaand is het jaar weer uit, gelukkig wiens balans goed sluit.
Als met Kertsmis de muggen zwermen, kunt ge met Pasen uw oren wermen (warmen)
December veranderlijk en zacht, is een winter is een winter zonder kracht.
Blaast de noorder wind met een december maan, dan houdt de winter vier maan den aan.
December regen is geen zegen.
Op een droge december, volgt een droog voorjaar, en een droge zomer.
Brengt St. Eligius, de eerste dooi?, begint het echter op die dag te vriezen, dan krijgen we vier weken vorst voor de kiezen.
St. Barbara gaat graag in een wit kleed naar het bal.
Brengt St. Nicolaas ijs, dan brengt de Kerstman regen.
St. Ambroos, patroon van de bijen, en de spreewen, houdt van waaien en van sneeuwen.
Als met St. Thomas de dagen gaan lengen, beginnen de nachten te strengen.
December sluit het jaar en komt met niets dan kwaad op het leste, Trek warme kleren aan, dat is voor elk een het beste.
December sluit het jaar, maar opent de winter.
Heeft men in de winter slechts vorst en slijk, dan worden de dokters rijk.
Komen de kraanvogels aangevlogen, komt ook de winter aangetogen.
Koude december en vruchtbaar jaar, waren steeds verenigbaar.
Blijft december donker, wordt het boerke een jonker,
Als decemberrijp knistert in het gras, komen wanten en oorlappen van pas.
December is de koning van de winter.
Heldere nacht, vorst verwacht.
December veranderlijk en zacht geeft een winter zonder kracht.
Zolang de mol vroet, komt er geen vorst.
Vroege winters duren nooit lang.
Kersttijd, wit, guur en koud, brengt groene pasen, u onthoudt
December uit Noord-Oost brengt de zieken weinig troost..
Als er geen winter is, gaat het met de zomer mis.
Zo hoog in de winter de sneeuw, zo hoog in de zomer het gras.
Andere Weerspreuken
Kraai in de top, binnen drie dagen regen of mot of de kraai kapot.
Meeuwen op het land, storm op komst
Morgenrood water in de sloot
Kruipt de dauw al vroeg op 't land, morgen geeft het zonnebrand
Eén zwaluw maakt nog geen zomer.
Heeft u zelf een Weerspreuk die hier nog niet bijstaat?
Mail dan Uw spreuk naar Weerstation Klazienaveen en Uw spreuk wordt op deze pagina geplaatst.
Mail naar :
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
of via ons contactformulier.
|